‘We zijn als een bijennest. Eén bij betekent niets, maar zijn het er duizend, dan kunnen ze een overmacht aan.’

Yaroslav Honchar
A

INLEIDING: ONZE HUIDIGE DEMOCRATIE BALANCEERT OP DE RAND VAN DE AFGROND.

Wij worden bedolven onder een stortvloed aan boeken en artikelen die de teloorgang van onze democratie en van de EU voorspellen en betreuren. De schuldigen: de onbekwame, machtswellustige en zakkenvullende politici die aan de leiband lopen van het grootkapitaal, en die machteloos zijn om dat te veranderen.

Het onbehagen als het gaat om onze democratie is niet van vandaag of gisteren. D66 is al vijftig jaar geleden opgericht omdat men ontevreden was over haar functioneren. De afdeling Rotterdam diende op het congres 1968 een resolutie in met de opdracht aan het hoofdbestuur om een pamflet te maken. Dit pamflet moest ook voor de politiek ongeschoolde kiezer duidelijk maken wat de partij wil en wat zij onder democratie verstaat. Deze resolutie is bij acclamatie aanvaard en door het bestuur overgenomen, maar nooit uitgevoerd. Aldus verkreeg D66 de ruimte om het politieke spel vrijuit mee te spelen, zonder de dwangbuis van een concreet doel. Eerst wilde zij met de PvdA een progressieve alliantie vormen, en toen het tij keerde, dreef zij mee met de liberalen. Zo werd D66 sociaal-liberaal.

Zonder overeenstemming over wat wij als kiezers willen voor democratie zal de onvrede over de politiek ongeremd voortwoekeren. Populisten krijgen vrij spel om de huidige vertegenwoordigende democratie te ondermijnen ten gunste van de directe democratie met haar aantrekkelijke strijdkreet “regeren van het volk, door het volk en voor het volk” en het referendum als hoofdwapen. Omdat het onmogelijk is om in de huidige maatschappij alle besluiten via een referendum te nemen moet er iemand aan de top staan die ‘namens en voor’ het volk besluiten neemt. Iemand die meestal een gewiekste, kracht uitstralende, een op macht beluste en narcistische volksmenner, met talent om een massa mee te slepen, is en die alle zakkenvullers, incapabele en onbetrouwbare politici eruit zal gooien. Tenzij tijdig afgestopt, leidt Populisme onherroepelijk tot de een of andere vorm van dictatuur en aldus tot de ondergang van de democratie. Zoals in het geval van Trump, Poetin, Hitler, Stalin, Erdogan en – op de weg ernaartoe – Victor Orban.

Deze redders van het volk worden gekenmerkt door het doen van wonderbaarlijke, maar niet concrete beloften zoals bijvoorbeeld “Ik maak ons land weer groot” of “Ik geef ons onze autonomie terug”. Zij zetten de waarheid naar hun hand en maken tegensprekers mond- of helemaal dood. Zij kunnen dat rustig doen, want de enige erkende autoriteit is ‘het volk’. ‘Het volk’ bestaat echter niet, alleen individuele burgers bestaan. Zo heeft Populisme vaste grond gekregen in vrijwel alle westerse democratieën.

Hoe heeft deze chaos kunnen ontstaan? Kunnen wij geen capabele en integere politici kiezen? In dat geval zou het voorstel van Paul Lucardie, namelijk benoeming via een loterij, het proberen waard zijn. Een meer voor de hand liggende verklaring is dat het ligt aan ons huidige partijsysteem dat steunt op de macht van “de-helft plus-één”, ten koste van “de-helft-min-één”. Het blijft gebaseerd op – zij het gekortwiekte – macht. Zonder houvast aan een algemeen aanvaard richtinggevend doel, zonder een paradox vrije, effectieve en algemeen aanvaardbare definitie van democratie als referentiepunt, is goed regeren onmogelijk en zal onze democratie ten onder gaan.

B

DAT IS ECHTE DEMOCRATIE.

B1 Streven naar overeenkomst

Democratie is een woord, en een woord bestaat alleen in onze hersenen. Het verwijst naar de wijze waarop een gemeenschap van mensen die daarvoor gekozen hebben kan worden georganiseerd. Wil een democratie floreren dan moeten allen eenzelfde soort gemeenschap voor ogen hebben, en dat is dan ‘de volkswil’. De eerste stap in de ontwikkeling van een echte democratie is dus het vaststellen van het soort gemeenschap waarin alle democraten willen leven.

Iedereen wil leven in een levensvatbare en zo welvarend mogelijke gemeenschap en de taak van haar organisatie is om het daarvoor nodige samenleven en samenwerken te waarborgen. Democratie onderscheidt zich van alle andere vormen van organisatie door het beginsel van subjectieve gelijkwaardigheid van alle democraten, van al haar burgers. In gewone taal: “voor de wet is iedereen gelijk”. Een democratische gemeenschap wordt niet geregeerd door een keizer, koning, dictator en ook niet door idealen, religie of een meerderheid, maar door alle burgers. Zij wordt bestuurd door bestuurders die voor zover mogelijk al haar burgers en hun belangen vertegenwoordigen. Dat garandeert de maximaal mogelijke individuele vrijheid in een geordende maatschappij. Acceptatie van dit beginsel is een voorwaarde om tot deze gemeenschap te behoren. De kernvraag is dus: hoe zou haar organisatie er uit moeten zien? Tot nu toe was het overheersende middel in veel maatschappijen de macht, verkregen door diverse vormen van geweld. Onze organisatie kenmerkt zich door het bereiken van een meerderheid na een weliswaar bloedeloze strijd, maar blinkt niet uit als het gaat om coherentie of efficiëntie.

 

B2 De contracttheorie

Er bestaat één echt alternatief voor macht als ordenend beginsel van een democratische gemeenschap, namelijk de al drie eeuwen oude contracttheorie. Deze moet echter wel correct worden geïnterpreteerd. Volgens de contracttheorie is een contract slechts het vastleggen van een daarvoor en via onderhandelingen bereikte overeenkomst. Dat laat haar hele inhoud open en is verenigbaar met het doel van de democratie, net zoals bij andere gemeenschappelijke ondernemingen, bv. een reis naar de Noordpool. Doorslaggevend is dat haar besluiten bereikt zijn via een overeenkomst die aanvaardbaar moet zijn voor zoveel mogelijk en het liefst voor alle burgers. Een echte democratische gemeenschap begint met dat gemeenschappelijke doel. Daaraan ontleent zij haar samenhang en dat doel is maatgevend voor alle besluiten, incluis het kiezen van de meest geschikte bestuurders voor deze onderneming.

Het democratisch beginsel – dat iedereen gelijk is voor de wet – betekent dat niemand het recht heeft om zijn eigen religie, ideologie of belang aan een ander op te leggen zonder diens toestemming. Belangen variëren van mens tot mens, en toch moet het bestuur een besluit nemen dat geldt voor alle burgers en verenigbaar is met het gemeenschappelijke doel. Dat betekent ook dat in beginsel alle burgers in het bestuur moeten zijn vertegenwoordigd. Precies zoals één van de grondleggers van de Amerikaanse democratie, Madison, het al zag: het is de taak van het bestuur om, uit de veelheid van belangen, via integere onderhandelingen te komen tot een overeenkomst. Tot één beleid dat – al is het niet naar een ieders zin – voor iedereen aanvaardbaar is die beseft dat deze wereld niet speciaal voor zijn eigen genoegen is geschapen. Althans, dat is het streven. Als unanimiteit binnen het bestuur niet te bereiken is, dan kan het bestuur – als laatste kans – terugvallen op een grote meerderheid in de kamer. Lukt dat niet, dan moet het tot nieuwe verkiezingen oproepen en/of, indien het onderwerp het toelaat, een referendum organiseren. Dit is besturen van het volk in opdracht van het volk en voor het volk; het is de echte contracttheorie. Alle zaken die tot het welzijn van de mens behoren, ook als ze niet in geld zijn uit te drukken, en waarover men kan onderhandelen, kunnen tot de taak van de overheid behoren. Het bestuur moet daarover beslissen.

 

B3 Een rechtsstaat is nog geen democratie.

Alle ook maar enigszins levensvatbare staten zijn een rechtsstaat, ook Iran en Saudi Arabië, maar nog geen democratie. Democratie verschilt namelijk van alle andere staatsvormen door één eis: de erkenning van de gelijkheid van alle burgers voor de wet. Deze eis bevat zijn eigen rechtvaardiging, want wie hem niet accepteert verliest de bescherming die deze democratie hem had kunnen bieden. Het stelt ook een grens aan de vrijheid van meningsuiting. Wie onze democratie en de daarop gebaseerde wetten en gebruiken niet wil accepteren maar wil vervangen door bijvoorbeeld die van de Islamitische staat, verspeelt zijn Nederlands burgerschap en mag, zelfs moet, buiten de gemeenschap worden gezet door uitwijzing of opsluiting. Zolang wij onze maatschappij slechts presenteren als een rechtsstaat waar de meerderheid het voor het zeggen heeft, zullen zij dit niet begrijpen. Evenmin zullen ze begrijpen waarom wij bepaalde vormen van gedrag en belastende uitingen niet accepteren. Ook al zijn deze niet door de wet verboden, wij accepteren ze niet omdat zij onze maatschappij als gemeenschap ondermijnen.

 

B4 Alleen als gemeenschap kan een democratie overleven en floreren.

Als rechtsstaat vormen wij nog geen gemeenschap, maar slechts een gezelschap (voor het verschil zie Max Weber), een verschil dat hier slechts globaal kan worden aangeduid. Micheline Calmy-Rey, een recente presidente van een echte gemeenschap, Zwitserland, verwoordde dit als volgt: “Wij zijn een gewilde natie (Willensnation). Niet omdat we een etnische groep zouden vormen of dezelfde taal of cultuur delen. Nee, wij zijn Zwitsers omdat we onze belangen gezamenlijk willen nastreven”. Net zoals bij ons geldt ook daar dat de stem van alle burgers in de landelijke besluitvorming een gelijk gewicht moet hebben. Wat bij ons ontbreekt is het besef dat wij werken aan een gemeenschappelijke onderneming, namelijk een levensvatbare en zo welvarend mogelijke gemeenschap die de gelijkheid voor de wet (de subjectieve gelijkwaardigheid) van al haar burgers respecteert. Dat is de definitie van een echte democratie. De taak van het bestuur is om het daarvoor nodige samenleven en samenwerken te bevorderen onder de voorwaarde van subjectieve gelijkwaardigheid, en niet elkaar in de haren te vliegen.

 

B5 Meer dan een rechtsstaat: behalve het afdwingbare recht kent een echte democratie ook een gedragscode en een moraal.

Wetten beperken onze vrijheid, zij bepalen de grenzen waarbinnen wij kunnen en moeten handelen, wat niet mag en wat moet en gaan voornamelijk over samenleven. De rechtsstaat is dwingend en beperkt onze vrijheid. Samenwerken in vrijheid groeit uit het besef dat wij met ons allen dagelijks moeten bouwen aan een gezamenlijk project: onze democratische maatschappij. Vrijheid bevordert het samenwerken, maar kan per definitie niet worden afgedwongen. Het gedrag dat nodig is voor samenwerking moet zoveel mogelijk de burgers zelf ‘passen’. De burgers moeten het ‘normaal’ vinden: de normen en waarden, de moraal van een democratie. Men zou het ook een deugd kunnen noemen. Hieronder een voorzet:

De wil om te leven in een gemeenschap veronderstelt:

  • Een gevoel van saamhorigheid, ‘broederschap’ (Fraternité, Franse revolutie).
  • Afzien van geweld om meningsverschillen op te lossen.
  • De wil om tot overeenstemming te komen door eerlijke onderhandelingen en argumentatie.
  • Erkenning van de plicht die verbonden is aan elk recht.
  • Empathie, zich kunnen inleven in andermans gevoelens.
  • Betrouwbaarheid als essentiële voorwaarde voor alle vrijwillige en effectieve samenwerking.

 

Het respect voor onze autonomie, onze vrijheid, veronderstelt:

  • Eerbiediging van de subjectieve gelijkwaardigheid en van de daaruit voortvloeiende afwijzing in de sociale besluitvorming van elke ‘a priori’ autoriteit, bijvoorbeeld een religieuze, en te aanvaarden dat elke verworven autoriteit slechts een mandaat is dat kan worden ingetrokken.

 

  • Wederkerigheid, en daarom universaliteit binnen de gemeenschap, van alle beginselen waarmee we onze acties rechtvaardigen.

 

  • Aanvaarden van de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van onze keuzes: emancipatie impliceert immers een verantwoordingsplicht.

 

  • Het respecteren van de regels van de democratische argumentatie en bestrijden van demagogie.

 

  • Tolerantie als eerbiediging van het recht van iedereen op zijn eigen mening, waarden en normen en het nastreven van zijn eigen belangen, mits dit niemand schade toebrengt en wederkerig is.

 

  • Intolerantie voor corruptie van deze deugden.

 

Dit is geen omschrijving van een ideale en dus imaginaire democratie, het is slechts een opsomming van de elementen van een instelling, van gemeenschapszin, die te vinden is in de Scandinavische landen en Zwitserland. Een opsomming die die bevorderlijk is voor het bereiken van een effectief en eerlijk besluit door onderhandelingen in dienst van het gemeenschappelijke doel: bovengenoemde democratische gemeenschap. Veel van deze eigenschappen zijn niet aangeboren, maar moeten worden aangeleerd in de ontwikkeling van kind tot volwassene, in hoofdzaak door interactie met de omgeving. Politiek en economie zouden een belangrijke positieve rol kunnen spelen, maar zij bevorderen thans juist het tegenovergestelde. Daarin faalt onze democratie totaal (zie hoofdstuk B6).

Deze omschrijving stelt ook een grens aan de vrijheid van meningsuiting: wie onze democratie en de daarop gebaseerde wetten en gebruiken niet wil accepteren maar wil vervangen door een andere maatschappijvorm, kan en moet worden uitgewezen naar een land dat hem beter past, ongeacht de gevaren die hij daar zal lopen. Wie propaganda maakt voor, of op andere wijze streeft, naar bv. een Islamitische staat, verspeelt zijn Nederlands burgerschap en mag, zelfs moet, buiten de gemeenschap worden gezet (uitgewezen) of in elk geval onze nationaliteit verliezen. Zolang wij onze maatschappij slechts presenteren als een rechtsstaat zal dit niet begrepen worden. Evenmin zal begrepen worden waarom wij bepaalde vormen van gedrag en uitingen niet kunnen accepteren, ook al zijn deze niet door de wet verboden (bv. het niet toelaten van Erdogan’s gezant.)

 

B6 Democratie gaat voor de economie en haar motor: concurrentie.

Concurrentie is een effectieve drijfveer van de vooruitgang in onze huidige maatschappijen, met name in de vrije, kapitalistische, maar helaas geheel individualistische markteconomie. Zij regeert ook in de politiek, die daarom meer weg heeft van een strijd om de macht en dat is onverenigbaar met een gemeenschap. Concurrentie kan pas een gezonde dynamiek genereren voor onze maatschappij wanneer zij ondergeschikt wordt gemaakt aan de eisen van de echte democratie.

Toevallig kijk ik voor het eerst weer naar écht voetbal, namelijk vrouwenvoetbal. Want daar heeft de poen -met zijn oorlogen à la Rinus Michels- het nog niet gewonnen van het gemeenschappelijke doel? Het kan dus wel. De eerste niet materiële voorwaarde voor democratie is het besef dat wij samen moeten werken aan een gemeenschappelijk project en dat het kan dat bewijst het vrouwenvoetbal. Zolang de economie met haar individualisme en concurrentie de alleenheerschappij behoudt – bij ons en in de ‘vrije’ wereld – zal onze democratie chaotisch blijven en nauwelijks bestand zijn tegen de imperialistische politiek van Poetin, China, theocratie en andere vormen van dictatuur en hun voedingsbodem, het Populisme. Alleen een echt ‘bezielende’ democratie die gestoeld is op overeenkomst kan hun aanvallen weerstaan. Dat zij dat nog niet kan wordt bijvoorbeeld betreurd in een continue stroom van diverse NRC-artikelen, maar wordt door de politieke wetenschappen genegeerd en door de politiek tegengewerkt, zelfs door D66.

 

B7 Volkswil, populisme, directe democratie en haar wapen, het referendum, zijn fataal voor een democratie.

Populisten beroepen zich vaak op democratie als “regeren van het volk, door het volk en voor het volk” en het daaruit voortvloeiende gezegde “de kiezer heeft altijd gelijk”. Een misvatting die de kiezer een schier magische intelligentie toedicht. Trouwens, ‘het volk’ bestaat niet, het is een verzamelbegrip voor ‘alle inwoners van deze maatschappij’ en de term bevat geen enkele informatie over de belangen van deze inwoners. Alleen de inwoners zelf bestaan, met hun persoonlijke idee van de inrichting van hun maatschappij. Voor democraten is dat echte democratie en dat is dan hun volkswil.

Ons huidige politieke stelsel met al zijn gecompliceerde procedures heeft als doel ervoor te zorgen dat de resultaten van de genomen besluiten zoveel mogelijk weerspiegelen wat de kiezers, in feite de meerderheid, echt wilden en – als dat niet mogelijk is – kunnen aanvaarden. Volgens de grondwet worden volksvertegenwoordigers gekozen om wetten te maken en besluiten te nemen die “een samenhangend geheel” vormen en algemene belangen “dienen”. Daartoe moeten alle aspecten van “een probleem”, alle ‘ins en outs’, worden vastgesteld en begrepen.

Een menselijke gemeenschap is het meest complexe systeem van alle levende systemen. Het is veel te complex om door “het volk” of door één autocraat te worden bestuurd. Wij hebben onze gemeenschap dus verdeeld in een aantal departementen die worden bestuurd door een minister en zijn secretarissen. Zij weten waar zij naartoe moeten voor informatie en andere hulp, meestal ambtenaren en – indien nodig – externe specialisten. Aan de voorzitter, de ‘prime minister’ en zijn helpers de taak om dat alles te coördineren. Voor de meeste van de te nemen besluiten is het hoogst onwaarschijnlijk dat de meerderheid van de kiezers de gevolgen van hun keuzes kan overzien. Voor onze eigen besluiten schakelen wij een vakman in, zoals bijvoorbeeld voor onze gezondheid of de reparatie van onze auto. Waarom leggen we dan zoveel verantwoordelijkheid bij een ‘Henk en Ingrid’ als het gaat om zaken die onze hele maatschappij betreffen? Directe democratie eindigt dan ook meestal in een ‘race to the top’ waarbij de beste populist het voor het zeggen krijgt en zo ontaardt zij meestal in een dictatuur.

Dan nog iets: wie kan men na een referendum verantwoordelijk stellen voor de gevolgen van een rampzalig besluit? Niemand, noch de betrokken volksvertegenwoordiger, want hij voert alleen de wil uit van zijn kiezers uit, noch de kiezers, want die zijn anoniem. Bij een echte democratie zouden wij ook de stemmers van een referendum moeten kennen en deze verantwoordelijk moeten houden voor de gevolgen. Gegarandeerd dat de opkomst dan nog veel lager zou uitvallen. Referenda moeten daarom worden beperkt tot besluiten die werkelijk de wil van het volk, pardon, van de meerderheid, weergeven. Een voorbeeld daarvan: in Zwitserland werd in het voorstel voor een referendum het verbod op het bouwen van nieuwe minaretten door het bestuur overgenomen, ondanks een beroep van de Imams op de vrijheid van geloof. Het was voor alle kiezers te begrijpen en het diende een rechtmatig belang, namelijk het voorkomen van de hinder voor omliggende burgers door het regelmatig en indringend rondbazuinen van een oproep tot gebed.

Ook bij een patstelling in de Kamer kan het referendum of een nieuwe verkiezing als laatste redmiddel dienen. De meeste referenda voldoen echter niet. Ons laatste referendum had het geheel ondemocratische doel om de zittende regering dwars te zitten door te appelleren aan het ongenoegen van een groot deel van het volk, dat de zittende regering ten onrechte in haar schoenen geschoven kreeg. De kiezers wantrouwen niet alleen de politici, maar helaas ook de wetenschappers, en met reden. Zij zouden betrouwbare en dus unaniem aanvaardbare feiten moeten leveren. Gevangen in de kooi van ‘not in my backyard’, opgejaagd door publicatiedrang en onder druk van de economie leveren met name de sociale wetenschappers helaas slechts een grabbelton van elkaar tegensprekende bevindingen. Hieruit kunnen politici datgene pakken dat het beste in hun kraam past. Dat geeft Populisten de ruimte om de gebrekkige kennis van de meeste kiezers te exploiteren ten dienste van hun eigen doelen. Zo kan een behendige en vaak narcistische volksmenner het referendum misbruiken om zijn “Wille zur Macht” te realiseren. Er kan wat aan gedaan worden, maar de academische wetenschap toont geen enkele bereidheid om de daarvoor nodige, maar helaas soms pijnlijke maatregelen, te nemen of tenminste het probleem op de agenda te zetten.

 

B8 Democratie is geen exportartikel.

Democratie is geen exportartikel en dat wordt het ook niet op korte termijn. Zeker niet in haar westerse vorm. De rechtvaardiging van deze stelling is te vinden in de voorgaande hoofdstukken. Voorwaarde voor de ontwikkeling van democratie is namelijk de acceptatie van democratische beginselen die daarvan zijn af te leiden: een bestaansminimum voor allen, de mogelijkheid voor allen om deel te nemen aan en het krijgen van een eerlijk aandeel in het politieke en economische leven, en de moeilijkste: een democratische moraal. Het kan niet anders dan dat het hier gaat om een evolutionair proces van lange duur. Democratie wordt vaak vereenzelvigd met onze procedures en met de kapitalistische markteconomie. Het opleggen ervan aan samenlevingen die daarvoor nog niet rijp zijn is echter een recept voor een ramp, vooral als het niet gepaard gaat met een helder begrip van haar aard en met de justitiële en morele voorwaarden voor een democratie.

Tot nu toe heeft het exporteren van democratie zich beperkt tot een beroep op de “Universele verklaring van de rechten van de mens”. Deze verklaring is het product van het politieke overwicht van de westerse landen in de VN na de oorlog en kan worden samengevat als “Iedereen heeft recht op een westerse democratie”. Dat kan echter alleen vanuit de wortel, niet met de zweep. Het spektakel van de huidige chaos, inefficiëntie en verlies van legitimiteit in onze westerse politieke instellingen nodigt ook niet uit tot imitatie. Alleen een echte, goed werkende democratie kan een aantrekkelijk voorbeeld bieden. Laten wij daarmee beginnen.

C

NAAR EEN GEZONDER EN MEER BELOVEND POLITIEK SYSTEEM.

C1 Een gezamenlijk doel

Zowel het gezonde verstand als de bestuurskunde zeggen dat elk bestuur zal falen zolang men het niet eens is over het doel van zijn organisatie (zoals al in 1954 door Peter Drucker omschreven in”The Practice of Management”). In het bedrijfsleven wordt gewerkt met ‘business objectives’: wat heeft men de klant en in dit geval, de burger, te bieden? Voor een democratie is dat doel zoals gezegd tweeledig: veiligheid én welvaart (effectiviteit), met als voorwaarde respect voor de subjectieve gelijkwaardigheid van alle burgers (rechtvaardigheid). Effectiviteit is onverenigbaar met “regeren van het volk, door het volk en voor het volk” en rechtvaardigheid is zelden gediend met de macht van de meerderheid. Tegenover een meerderheid staat immers altijd een minderheid wiens wensen niet worden gehonoreerd. Zonder het democratisch beginsel valt een meerderheid vaak ten prooi aan een dictator. 

 

D66 heeft democratie gedefinieerd door haar procedures, maar dat zijn slechts middelen die leiden tot…, ja tot wat eigenlijk? Noch D66 noch een andere partij heeft dat ooit willen concretiseren. Politiek en je stem uitbrengen worden derhalve niet bepaald hoog gewaardeerd door de kiezer en het algemeen belang is slechts geconcretiseerd in termen van meetbare rijkdom, de economie. 

 

Ook garandeert de subjectieve gelijkwaardigheid de maximaal mogelijke vrijheid van alle burgers (zie B1). Iedereen mag zijn eigen ideeën, ideologieën, voorkeuren, geloof etc. hebben en overeenkomstig handelen, zolang dat niet ten koste gaat van dezelfde rechten van anderen en de gezondheid van onze democratie. Dat staat ook in onze grondwet en moet door elk bestuur en door alle partijen worden gerespecteerd. Alleen op deze voorwaarde heeft iemand die bijvoorbeeld katholiek is het recht om zijn geloof te beoefenen zoals het hem goeddunkt. Maar hij kan aan zijn geloof geen rechtvaardiging ontlenen om een wet na te streven die anderen beperkingen oplegt, zoals bijvoorbeeld het geval is bij vrijwillige euthanasie. In de huidige democratie kan een christelijke partij macht verkrijgen door belangenpartijen te helpen aan een meerderheid en zo mee te regeren.

Het is triest is dat hierdoor de partij die de belangen behartigt van een grote groep die het meest is aangewezen op steun door de overheid, de minstbedeelden, door historische rivaliteiten tussen de drie partijen uit de regering is gehouden. Om dit te voorkomen zou het gevecht om een meerderheid die regeert vervangen moeten worden door een plicht om samen te werken in een bestuur. 

 

Vrijheid is onlosmakelijk verbonden met verantwoordelijkheid voor de (verbale) daden van het betrokken individu, maar niet voor zijn ideeën. Deze ideeën kunnen derhalve geen rechtvaardiging bieden voor besluiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor andersdenkenden en daarom kunnen zij ook geen onderwerp zijn van democratische besluitvorming. Ook al is onze huidige democratie een erfenis van de Romeins/Christelijke cultuur, men kan daaraan geen speciale rechten ontlenen, hetgeen niet tot alle gelovigen lijkt door te dringen. Hier wreekt zich het beperken van democratie tot een rechtsstaat, waarin het recht op eigen doelen, mening of uitspraken heilig wordt verklaard, zonder dat dit recht verbonden wordt aan de verantwoordelijkheid voor de gevolgen ervan voor alle andere burgers. 

C2 Partijen in een democratie

Een belangrijk deel van onze constitutie gaat over de regels voor het kiezen van deze vertegenwoordigers, hoe zij een bestuur samenstellen, en de regels voor onderhandelingen. Een soort huishoudelijk reglement. Conform de eisen die in de inleiding en hierboven zijn genoemd, kiezen de burgers vertegenwoordigers in de Kamer via kiesverenigingen, thans onze partijen. Naar rato van hun zetels wordt een bestuur samengesteld. Via hopelijk integere onderhandelingen trachten de bestuurders tot besluiten te komen, die voor zover mogelijk voor allen aanvaardbaar zijn. Alle burgers moeten in de Kamer en in het bestuur zijn vertegenwoordigd naar rato van hun zetels. In beginsel moeten Kamerleden en bestuurders zonder dwang van de partij kunnen besturen. Zij moeten uitsluitend begaan zijn met de belangen van haar burgers, niet van hun partij. Zo kunnen zij een veel directer contact met hun kiezers onderhouden. Het bestuur is er voor alle burgers en moet streven naar unanimiteit. Wanneer een onderhandeling is vastgelopen en er toch een besluit moet worden genomen, dan moet het bestuur terugvallen op het gezag van de meerderheid die de 50% ruimschoots moet overstijgen. Onder andere omdat men, de helaas vrijwel onvermijdelijke dwarsligger, de zogenaamde “free rider”, moet kunnen neutraliseren wanneer hij het streven naar unanimiteit misbruikt als machtsmiddel voor doelen die niet verenigbaar zijn met democratie. 

Dit systeem laat alle besluiten toe die in zo’n democratie genomen moeten en/of mogen worden. In elk geval alle besluiten die voor de hele gemeenschap een positief resultaat opleveren, zodat burgers die erop achteruit zouden gaan, gecompenseerd kunnen worden en dus geen geldige reden meer hebben om dwars te liggen. Ook besluiten die geen voordeel opleveren, maar nodig zijn om het voortbestaan van de gemeenschap te waarborgen, moeten en kunnen genomen worden. Het verlies moet dan over alle burgers gelijk worden verdeeld op basis van draagkracht. Voor alle duidelijkheid: belangen zijn niet beperkt tot zaken die in geld zijn uit te drukken, maar bevatten alles wat een rol speelt in ons bestaan en in ons gezamenlijk streven naar een levensvatbare en zo welvarend mogelijke gemeenschap. 

Partijen zijn slechts kiesverenigingen met twee hoofdtaken. Allereerst het samenstellen van het bestuur en controleren dat het zijn taak goed vervult. Daarnaast moeten zij een brug vormen tussen het bestuur en de bevolkingsgroepen die zij vertegenwoordigen. Een voor de hand liggende basis voor de samenstelling van de partijen wordt gevormd door de uiteenlopende belangen en vooral de rol die elke burger speelt in de vorming van een democratische gemeenschap. Deze partijen kunnen alleen levende burgers en hun belangen vertegenwoordigen; geen religie, geen ras, geen ideaal of andere persoonlijke overtuiging, geen sociaal versus liberaal, geen conservatief versus progressief geluid of andere denkbeelden hiervan afgeleid. Ruwweg geeft “sociaal en conservatief” de gemeenschap haar samenhang en genereert “liberaal en progressief” haar dynamiek. Een gemeenschap heeft beiden nodig en de kunst van haar bestuur is om door onderhandelen te streven naar een zo goed mogelijk evenwicht. Het algemene doel van de democratie als gemeenschap levert de maatstaf voor dit evenwicht, dat doorlopend moet worden nagestreefd op basis van de – op dat moment relevante – feiten en toestand. Dit moet gebeuren via een doorlopende evolutie, die niet mag afhangen van de grillen van een aantal kiezers die op dit moment een meerderheid hebben. 

VVD’s vrije kapitalistische markteconomie verdient een aparte noot. Haar vader, John Smit, heeft ons er al op geattendeerd dat deze een inbedding verlangt in een moraal. Marx heeft voorspeld dat zij anders onvermijdelijk uitloopt op een kongsi van monopolisten. Zolang individuele staten nog enige grenzen daaraan konden stellen was dit maar half waar. Met de globalisering van het vrije verkeer van kapitaal is deze rem echter ineffectief geworden en kreeg Marx alsnog gelijk.  Alphabet (Google), Amazon, Microsoft, Apple, en Facebook hebben allen meer omzet, marktaandeel of winst -tussen de 90 en 100%- behaald. Alleen een wereldwijde organisatie zou dit tot leefbare proporties kunnen beperken.

C3 Een mooie droom, een ideaal?

Geen mooie droom, maar een opdracht: zo was democratie ooit bedoeld! Besluiten worden genomen als overeenkomst via onderhandelen en niet middels een dictatuur van de meerderheid. Door een echt democratisch bestuur dat voor zover mogelijk de hele democratische bevolking vertegenwoordigt. 

De grootste hindernis is echter concurrentie. De wil tot echte democratie en de noodzaak tot samenwerken zijn thans in ons denken verdrongen door de alom aanwezige, kapitalistische vrijemarkteconomie met haar concurrentie. Dat weerspiegelt zich in onze huidige politiek. De kandidaten moeten concurreren om in de Kamer te komen via een partij. De partijen strijden onderling om een regering te vormen die een meerderheid heeft en de Kamerleden vechten weer om een zetel in de regering te bemachtigen en te behouden. Om Kamerlid van hun partij te blijven, moeten zij bij het uitvoeren van hun bestuurlijke taak ook rekening houden met de belangen van hun partij. Als je als Kamerlid of regeerder dit allemaal overleefd hebt, zou je ook nog het algemeen belang moeten dienen dat in het hele proces niet eens is vertegenwoordigd. Als een politicus een verkeerd besluit neemt, is het risico van aansprakelijkheid voor mogelijk ongunstige gevolgen beperkt omdat deze veelal pas duidelijk worden als een volgende regering aan de macht is. 

Wie zo’n organisatievorm zou voorstellen op elk ander gebied dan de politiek, zou voor gek worden verklaard. Onze politieke orde is dan ook niet het resultaat van een serieuze en systematische zoektocht naar de beste politieke organisatie, maar ontstaan in de wisselvalligheden van het lot en de heersende mode (socialisme, kapitalisme, volkswil, religies etc.) zonder een duidelijk en realistisch doel. Onze laatste hoop om de democratie te redden is de weg van Descartes. Vergeet alles wat voorgangers over democratie hebben gezegd, begin met een open geest kennis te nemen van de praktijk van de democratie en lees pas daarna de gangbare geschriften. Zo is ook dit geschrift ontstaan. 

Gelukkig eist hervorming van onze democratie geen totale revolutie die meestal uitloopt op een ramp, maar wel onze wil en dus inspanning, die nodig is om haar te redden. We moeten beginnen bij het begin en onze politieke organisatie het solide fundament geven van een ondubbelzinnig, algemeen aanvaardbaar en concreet doel. 

De échte democratie zoekt haar besluiten in overeenkomst door onderhandelingen en geeft prioriteit aan samenwerken boven concurrentie als haar primaire motor. Dat kan alleen wanneer in het bestuur alle partijen zijn vertegenwoordigd naar rato van hun zetels in het parlement en zij moeten samenwerken. De macht van de meerderheid is dan slechts het laatste redmiddel wanneer onderhandelingen zijn vastgelopen. Het werkgebied van zo’n bestuur is zoals gezegd beperkt tot onderhandelbare onderwerpen, tot de belangen van de burger en tot alle zaken die betrekking hebben op het bereiken van deze democratie, ook wanneer hun waarde niet in geld is uit te drukken. Een echte democraat zou ook niet anders willen.

 

D

DE WEG NAAR EEN OVEREENKOMST.

Het gezonde verstand én de theorie zeggen dat voor het bereiken van een overeenkomst door onderhandelen de volgende zaken noodzakelijk zijn: 

  1. De wil om tot een overeenkomst te komen die het onderhandelen zin geeft 
  2. Een door allen gedeeld doel
  3. Een gezamenlijke, eenduidige taal 
  4. Overeenstemming over de relevante aangevoerde feiten 

Een gemeenschappelijk doel spreekt voor zich, maar helaas wordt een geschil over het doel vaak weggemoffeld, veelal doordat – al dan niet bewust – de ruimte daartoe is ontstaan door het ontbreken van een eenduidige omschrijving van de gebruikte woorden en begrippen. 

Het ontbreken van eenduidige taal is één van de oorzaken van de ineffectiviteit van de sociale wetenschappen. De blijkbaar onverzoenbare onenigheden, veroorzaakt door het ontbreken van duidelijke, contradictie vrije en algemeen aanvaardbare definities van de gebruikte begrippen, belemmert het komen tot overeenkomst.

Datzelfde geldt voor de kosmologie, de feiten. Verantwoordelijk daarvoor is de hofleverancier hiervan: de sociale wetenschappen, en – voor zover relevant – de methodologie en filosofie, die dat natuurlijk zullen betwisten en tot nu toe elke poging tot het nemen van verantwoordelijkheid in de kiem hebben gesmoord. 

Informatie is pas bruikbaar wanneer men haar betrouwbaarheidsgraad kent. In de inerte wereld, in de natuurkunde, is het meestal mogelijk om de betrouwbaarheid van een uitspraak te bepalen en te kwantificeren, of op z’n minst te kwalificeren als waar (1) of onwaar (0). Een levend systeem daarentegen vormt één geheel dat niet alleen bepaald wordt door al zijn elementen, maar ook door zijn plaats in de ruimte en tijd. Men kan het wel uit elkaar pluizen, maar de oorspronkelijke toestand niet meer geheel herstellen. De levende wereld laat daarom slechts een definitief oordeel toe over betrouwbaarheid: “kan niet waar zijn” (0), als een uitspraak steunt op veronderstellingen die onverenigbaar zijn met algemeen als waar aanvaarde feiten, met name natuurwetten, en/of ingaan tegen de regels van de logica en rede. Deze fout is door een geoefende wetenschapper te herkennen. Men kan in zo’n geval de betrokken uitspraken elimineren als ‘niet bruikbaar,’ en zo de inhoud van de grabbelton aan bevindingen (zie B7) terugbrengen tot “manageable” proporties. Ook bevat een realistisch model van een levend wezen elementen uit diverse wetenschappelijke disciplines. Dat vereist een samenwerking die thans nog vrijwel onmogelijk is; “not in my backyard” regeert nog steeds. Volmaakt wordt het nooit, maar het kan wel beter. 

De natuurkunde en haar techniek hebben de wereld radicaal veranderd, maar de sociale wetenschappen en filosofie hebben deze vooruitgang niet kunnen bijhouden. Hun bijdrage aan de hervorming van onze politieke orde is dan ook minimaal. Weliswaar houden diverse groepen zich bezig met de problemen van de wetenschap, bv. SIT, maar helaas beperken zij zich tot het productieproces en de organisatie van de wetenschap binnen het kader van de universiteit. De gebruiker van wetenschap komt slechts als opdrachtgever aan de orde. Met het gevolg dat deze zijn informatie regelmatig moet zoeken in de in paragraaf B7 genoemde grabbelton van elkaar tegensprekende bevindingen, waaruit een politicus datgene kan kiezen dat in zijn kraam past. Gevolg: de status van de wetenschap is voor Henk en Ingrid inmiddels gedaald tot vlak boven die der politiek en dictators kunnen informatie makkelijk naar hun hand zetten. Het centrale probleem van de sociale wetenschap, en in het bijzonder van hun universiteiten, is de moordende concurrentie die elke verbetering op deze gebieden en elke echte samenwerking zo goed als onmogelijk maakt. 

De eerste verbetering van de bruikbaarheid van sociaal wetenschappelijke uitspraken is het organiseren van een effectieve selectie van betrouwbare conclusies en een daarvoor vereist woordenboek met definities die algemeen in de betrokken wetenschap worden aanvaard. De ervaring toont dat wij in de huidige situatie met een academisch programma moeten beginnen. Wetenschappers op emeritaat of ontevreden jongeren zouden het initiatief moeten nemen. 

Op de weg naar het bereiken van overeenkomst is het ook belangrijk dat het belang van het samenwerken boven dat van concurrentie wordt gesteld. Eveneens een urgente taak, die begint met het herdefiniëren van de functie van de bestuurder als vertegenwoordiger van burgers. Idealen of geloven, trends en goed in-het-gehoor-liggende woorden zoals vrijheid of gelijkheid stichten slechts verwarring, zolang deze termen geen eenduidige, algemeen aanvaarde en tot concrete uitspraken leidende betekenis hebben gekregen. Zij zijn geen burgers, zij hebben geen eigen en onafhankelijk bestaan, zij kennen op zich geen belang en kunnen dus niet door de Kamer en het bestuur vertegenwoordigd worden. Uiteraard is het wel en wee van de gemeenschap wel een algemeen belang, zelfs een primair belang. 

Voor zowel individu als gemeenschap is de wijze waarop een burger in zijn levensbehoeften voorziet een beslissende factor in zijn leven die zich reflecteert in zijn productie en consumptiepatroon. Het ligt dan voor de hand dat het bestuur in elk geval vertegenwoordigers moet bevatten van geld kapitalisten (VVD), kennis kapitalisten (D66), en arbeiders (PvdA) en anderen zonder eigen kapitaal, arbeid of andere inkomstenbron. Mogelijkerwijs zijn er ook andere groepen burgers die een eigen vertegenwoordiging willen, bv. gepensioneerden. De praktijk heeft zich vanzelf al een beetje in die richting ontwikkeld. De behoefte om een -in feite overbodig en belemmerend -eigen maatschappijbeeld of ideaal uit te dragen belet partijen om hun taak adequaat te vervullen.  PvdA, SP en GroenLinks hebben nul Kamerleden, waardoor de arbeiders, de niet-kapitalisten, het ‘gewone’ volk niet in de regering is vertegenwoordigd. Over democratie gesproken!

E

WERK AAN DE WINKEL.

“Aardig, maar ik zal dat niet meer meemaken”, hoor ik u denken. Maar het kan wel, en binnen een redelijke termijn. Zwitserland is al achttien eeuwen op deze wijze georganiseerd. Niets hiervan is in tegenspraak met de aard van de mens, niets ervan is onmogelijk. Maar het is niet gratis. Als niemand zich daarvoor in wil zetten, en wel per direct, dan gebeurt het niet en zal onze democratie verkommeren, want morgen is het te laat. Er bestaat ook geen blauwdruk voor een nieuwe democratie, want het leven en dus ook een maatschappij laten zich niet in een blauwdruk vangen. Onze democratieën zijn het product van oorlog en revoluties, van machtsstrijd. De Zwitserse democratie is gegroeid rondom één wil, één doel: het vormen van een gemeenschap, “de wil om onze toekomst gezamenlijk op te bouwen” (Micheline Calmy-Rey, een recente presidente van Zwitserland). Ook Europa zal uiteindelijk falen indien niet tenminste zo’n doel wordt gesteld en nagestreefd en dat zal niet lukken zolang de lidstaten hun eigen bestuur nog niet op orde hebben. 

De zondvloed van artikelen die de werking van ons huidige democratische systeem bekritiseren zoekt de schuld meestal bij politici of de partijen, en/of bij andere groepen zoals de ‘elite’ (wie dat ook moge zijn), bij Marokkanen en religies, destijds bij rassen en nu bij vluchtelingen etc. De discussie gaat meestal om maatregelen die de politiek wel, of juist niet, heeft genomen, maar het zijn altijd de ‘anderen’ die de schuld krijgen en zich moeten verbeteren. Voor zover men aan het systeem wil sleutelen, gaat het slechts over procedures, over wel of geen president, over drempels om een partij te stichten, over de minimumleeftijd om te stemmen en ga zo maar door. Al deze mogelijkheden zijn al eens uitgeprobeerd zonder een noemenswaardige vooruitgang. Ook D66 blijkt geen onderzoek naar de fundamenten van onze huidige democratie te willen doen. 

Mocht men dat wel willen doen, dan kan dit geschrift een alternatief bieden, zonder enige aanspraak om het beste te zijn. Het is tenminste wel consistent en kan werkbaar zijn. Het is aan te tonen dat onze eenvoudige, doelgerichte definitie voldoende kan zijn om alle besluiten te rechtvaardigen die een democraat zou willen nemen of toelaten, en om andere, nadelige, uit te sluiten. Meer hebben wij niet nodig. Het laat elke burger vrij om te willen denken wat hij wil, zolang hij deze wil niet tracht op te leggen aan andersdenkenden en aan niemand schade toebrengt.

F

ZAL HET LUKKEN?

Gelukkig hoeft onze grondwet niet te worden veranderd. Het kan dus lukken, mits men zich niet beperkt tot kritiek, tot aanwijzing van een schuldige, tot wat ‘hij’, ‘zij’, of ‘men’ had moeten doen. Klagen over ‘de politiek’ en ‘de politici’ helpt niet. Wij hebben ze zelf gekozen en het is hoogst onwaarschijnlijk dat wij altijd incompetente machtswellustelingen en zakkenvullers kiezen, of dat politici een apart ras vormen. Het moet aan het systeem liggen, ook al is dat – zoals Churchill al zei – thans het minst slechte van alle systemen. Wij weten nu dat het niet goed genoeg is. Kritiek heeft wel zin, maar alleen als motivatie voor het ontwikkelen van een beter systeem op een solide fundament. Dit stuk is een voorzet voor een discussie, voor kritiek, maar is vooral een schets voor een werkbaar alternatief. Elk commentaar, elk ander voorstel is welkom, want als eenmansproject zal het nooit lukken. Een aantal gemotiveerde burgers moeten het tot het hunne maken en aldus bewijzen dat het meer is dan een bevlieging van een enkeling. Een econoom zou zeggen: de markt is er rijp voor. Wilt u meedoen of weet u iets beters? Laat dat dan weten.

Klagen helpt dus niet. Van alles verzinnen over hoe het beter kan evenmin. Het moet dus liggen aan twee fouten in ons politieke systeem. 

1) Thans regeert niet ‘het volk’, maar alleen een meerderheid van vaak één of enkele percenten. Uitsluiten van een nog steeds grote ontevreden minderheid is fnuikend voor een gemeenschap en voor de samenwerking die onze democratie sterk en welvarend maakt. Conclusie: een democratie moet niet worden geregeerd maar bestuurd en alle partijen moeten zijn vertegenwoordigd in dit bestuur op basis van hun zetels in de Kamer.

2) Het enige besluitvormingsproces dat daaraan kan voldoen is het streven naar overeenkomst via eerlijke onderhandelingen over belangen. Persoonlijke overtuigingen, religieuze, politieke, sociale en abstracte begrippen zoals Iinks en rechts lenen zich niet voor dit proces en zelfs niet voor ons huidig systeem waar bv. de groep die de overheid het meest nodig heeft niet in de regering van 2018 zal zijn vertegenwoordigd.

Kritiek heeft wel zin, maar alleen als motivatie voor het ontwikkelen van een beter systeem op een solide fundament. Dit stuk is een voorzet voor een discussie, voor kritiek, maar vooral een schets voor een werkbaar alternatief. Elk commentaar, elk ander voorstel is welkom, want als eenmansproject zal het nooit lukken. Een aantal gemotiveerde burgers moeten het tot het hunne maken en aldus bewijzen dat het meer is dan een bevlieging van een enkeling. Een econoom zou zeggen: de markt is er rijp voor. Wil u meedoen of weet u iets beters? Laat dat dan weten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *